The Colonne Matjande tijger-colonne, the Tiger Column — was the special formation of the Korps Maréchaussée raised by Christoffel in 1907 to break the second rising in Lho Soekon, Keureutoë and Pasé after the Meurandeh Paja overval and the fusillade of T. Tjhi Toenong had brought the country aan den rand van een algemeenen opstand. Het ware niet tactisch geweest met dit werk de gewone maréchaussée’s te belasten, Zentgraff writes; en bovendien zouden verscheidene divisie-commandanten — Scheepens bijv. — er niet voor te vinden zijn geweest. Die wilden wel vechten, desnoods dag aan dag, maar het werk van den scherprechter lag hun niet.

The formation

Intusschen had men te Koetaradja en Batavia begrepen dat, als niet onmiddellijk werd ingegrepen, het heele pacificatie-werk gevaar liep. Vooral in Lho Soekon, Keureutoë en Pasé was het noodig dat de situatie verbeterde, en het geloof der bevolking in onze macht weer werd hersteld. Toen besloot men, voor dit werk eene aparte colonne te formeeren. Zij zou bestaan uit het beste materiaal dat men kon vinden; de commandant zou iemand zijn, hard en ongenadig als een rots, en hij zou eene vrijwel onbeperkte volmacht krijgen. Hij zou, ten koste van wat dan ook, de orde in die streken hebben te herstellen, en hij zou dit doen met uiterste gestrengheid. Als commandant werd Christoffel aangewezen, en hij mocht zelf zijn colonne samenstellen.

Christoffel ging naar Java, waar vooral in het groote garnizoen Tjimahi zeer veel oudere maréchaussée’s dienden, mannen van groote ervaring in het Atjehwerk en die een poosje in een gezond vredesgarnizoen moesten blijven, doch er nu weer schoon genoeg van hadden en naar de rimboe terugverlangden.

The red neckerchief and the boedjangs

Zoo stelde Christoffel zijn colonne samen, en hij gaf ze, naast de bloedvingers op den kraag van hun jas, die alle maréchaussée’s hadden, nog een apart distinctief: een rooden zakdoek welken zij zich om den hals knoopten, ten teeken dat zij een ziertje bloederiger zouden optreden dan de “maréchaussée-blaadjes”, de gewone. Het werd eene divisie van twaalf brigades, en zij kreeg den bijnaam van “colonne matjan”: de tijger-colonne. The transport to the bivak Panton Leubeuë by the Atjeh-tram was marked by a small symbolic detail: bij het vervoer der colonne per tram naar haar bivak Panton Leubeuë, werden vóór en achter haar de rails opgebroken.

Zooveel mogelijk bestond de voorste sectie der “colonne matjan” uit “boedjangs”: solaten die vrijgezel waren en dus niets achter zich hadden, waarover zij zich het hoofd hoefden te breken, en wanneer er een enkele maal eens een ander tusschen liep, zei de “baas”: “Attěěh, geef me in deze sectie alsjeblieft een boedjang; die verlangt niet om de haverklap naar huis.”

The work

Het is niet goed veel te vertellen van het werk der “colonne matjan”; zij had tot taak, tot elken prijs de situatie meester te worden, en het verzet te breken, en zij deed dit, systematisch en met uiterste hardheid, zooals van iemand als Christoffel te wachten was. Er werd voortdurend parate executie gehouden, en de kwaadwilligen vielen bij dozijnen. Het werd sommigen brigadecommandanten te erg; zij vroegen terugplaatsing bij de gewone maréchaussée, zooals de toch nogal rauwe “baas” Scriwanek. En als men één der anderen, nu al oud en rustig, over die dagen spreekt, heft hij afwerend de handen even op: hij wil er niets meer van zeggen. The work was potong kepala — beheading — the war-cry of the young Korps Maréchaussée.

Succession

Daarna had de wisseling in het Atjeh-commando plaats; Van Daalen werd vervangen door Swart, en ook als gevolg van het optreden der “colonne matjan” waren zulke scherpe maatregelen nu niet meer noodig. Christoffel ging heen en de colonne kwam onder Van der Vierk; zij nam geleidelijk het karakter aan eener gewone maréchaussée-divisie, doch ondanks de verdwijning der roode halsdoeken wekte zij nog lang bijzondere vrees. The colonne passed to the command of the Leuhong bivak and was still called de colonne-matjan in the brigade journals of 1910, when Mosselman’s diary records the geheele maréchaussée-compagnie van Leuhong (de vroegere “colonne matjan”) per trein voorbij was getrokken naar Panton-Leubeuë on its way to the western Djambo Ajé in pursuit of Tengkoe di Barat.

Significance

The colonne matjan was the institutional expression of the uiterste gestrengheid that broke the second oorlog of Keureutoe. Zentgraff is restrained: Men moet bij dit alles bedenken dat de toestand zeer precair was; het ging erom, haastig en scherp in te grijpen vóór de heele streek in opstand kwam, en de resultaten van tien jaren vechten verloren gingen. Men moet zulke dingen beoordeelen in het kader van hun tijd. The red neckerchief was the visible sign of the schrik the colonne spread; with its disappearance into the ordinary maréchaussée-divisie under Van der Vierk, the war in Keureutoe entered its final, less dramatic phase.

See Also

Source

Atjeh, door H.C. Zentgraff. Gedrukt bij Drukkerij “De Unie”, 1938, Batavia. OCR-filename: 20260709_002148_DLP-81-Atjeh_OCR.txt.