The Death of Tjoet Meuthia on 25 October 1910 — the overval of sergeant (later kapitein) Mosselman’s brigade on the bende of Tjoet Meuthia and T. Radja Sabi in the valley of the Kroeëng Peutoeë — was the closing episode of the second oorlog of Keureutoe. Mosselman’s brigade, which had uitgerukt on 22 October 1910 after a bende of more than a hundred met vrouwen en kinderen was gesignaleerd in the Lho Reuhat area, ran the bende to ground on 25 October 1910 at a marschbivak of sixteen pondoks of about sixty people. The Menadoneesche maréchaussée Mamahit wounded Tgk. Sjech di Paja Bakong (Seupot Mata); eene blanke vrouw with losgeraakte haren charged with klewang and was shot in the head — she was Tjoet Meuthia. T. Radja Sabi, hiding in a tree nearby, watched his mother fall. Di taqdir — Allah’s will.
The signal, 21 October 1910
In Juli 1910 te Lho Soekon gekomen, Mosselman was in October al vrij aardig ingeloopen. Den 20sten October om een uur ‘s avonds werd ik bij den divisiecommandant geroepen, die mij vertelde, bericht te hebben ontvangen: dat in den nacht van 20 op 21 October een sterke bende was gesignaleerd, die ten Westen van Lho Reuhat het pajaterrein was ingetrokken. Ik moest er den volgenden morgen maar eens vroeg op uit voor een dag of vijf en het terrein onderzoeken. Om vier uur in den morgen vertrokken wij. Behalve mijn panglima en ikzelf had ik 16 maréchaussée’s, dus telden wij 18 karabijnen. Tegen het aanbreken van den dag bereikten wij Lho Reuhat en begon ik daar eerst een praatje met den Peutoeah.
The Peutoeah confirmed: inderdaad een groote bende den vorigen nacht door de kampong was getrokken. Er waren ook vrouwen en kinderen bij geweest; zoo iets wijst altijd op een tros en is belangrijk, doordat er dan ook voormannen bij kunnen worden gedacht, waarop het groote aantal trouwens al wees. Hij noemde mij een aantal van zeker 100 man met vele geweren.
Spoorzoeken through the paja’s
Den 23sten October was het vanaf den vroegen morgen weer hetzelfde liedje, tot Ik om een uur of tien bij het volgen van een nieuwe ader een wat meer constante richting naar het Zuiden kreeg. Het waren een man of tien geweest, en het spoor was ongeveer twee dagen oud. The brigade ging met één man voorop, de rest volgde op ongeveer 50 meter. Mijn vermoeden was, dat wij beiden met een grooten bocht wel weer naar het Zuiden zouden gaan en ongeveets parallel aan elkander zouden loopen. On 24 October 1910 the spoorzoeker Wokas found de bevestiging van de vijf-uren-theorie: a marschbivak at a small aloër, waarvan de vuurtjes door water waren gebluscht — een teeken van pas verlaten zijn, daar het nu reeds vier dagen niet had geregent. Er waren hier precies 16 pondoks van heel kleine tot wat grootere en alles bij elkaar gerekend, had hier inderdaad een zestigtal personen den nacht doorgebracht.
The overval, 25 October 1910
Den volgenden morgen ging men, den neus op het spoor, weer verder. Plots werden de takken op zij gebogen, en een zeer jonge, slanke Atjeher met sierlijk geplooiden hoofddoek en een revolver in de hand begon de helling te beklimmen. Na den jongen Atjeher traden twee anderen uit het bosch. The brigade stormde alle zeven vooruit, naar de aloër, waarin de vluchteling verdwenen was. Op ongeveer 150 meter van de monding werd een in aanbouw zijnd marschbivak aangetroffen, dat overhaast, met achterlating van alle voorraden was verlaten.
Het sein daartoe werd gegeven door [eene] blanke vrouw die met losgeraakte haren, met een klewang zwaaiende, gillend uit het bosch te voorschijn stormde. Zij viel, evenals een paar jonge mannen, die haar voorbeeld hadden gevolgd, door een schot in het hoofd getroffen, toen zij ons tot enkele meters genaderd waren. Het even geluwde vuur barstte weer, en zoo mogelijk nog heftiger, los. The blanke vrouw was Tjoet Meuthia. The Menadoneesche maréchaussée Mamahit had den ouden man — Tgk. Sjech di Paja Bakong (Seupot Mata) — neertromelen first; the bende, dadelijk hun onkwetsbaar geacht hoofd fallen, broke.
T. Radja Sabi in the tree
T. Radja Sabi, then a boy of about ten, was hiding in a tree nearby. He later told Zentgraff: hij was in de schuilplaats van zijn pleegvader Pang Nanggroë, toen deze op een afstand van een paar honderd meter het doodelijke schot kreeg (on 25 September 1910, the day of the overval of Van Slooten). Hij boog zich over den stervende die hem toefluisterde: “Ploeëng ladjoe… dja seutot mama lon ka maté…” — “Vluch snel… zoek je moeder… ik ga sterven.” Zoo stierf de Watergeus en nog vóór de maréchaussée’s, die in het dichtbegroeide moeras moeilijk vooruit konden, de plek hadden bereikt waar de doode lag, klom T. Radja Sabi in een boom en hield zich daar schuil, uren achtereen tot de militairen verdwenen waren. The same pattern, on 25 October 1910, preserved him when Mosselman’s brigade killed his mother.
Di taqdir
Mosselman: Wij hebben, vóór we opbraken, haar lijk opzij gelegd en het gewikkeld in tikars die we uit hun hutjes haalden; ik heb mijn hoofd ontbloot en even stil gestaan, om haar, over het graf heen, mijn eerbied te betuigen. Van verder achtervolgen van de rest der bende kwam toen niet veel meer. The body, in tikars, was niet ontsluierd — het hoofd niet ontbloot. Tjoet Meuthia, die ondanks hare veertig jaren nog altijd eene mooie en fiere verschijning was, voor de tweede maal weduwe door de kogels van den Kaphé — Tjoet Meuthia, who despite her forty years was still a beautiful and proud figure, was widowed for the second time by the bullets of the kaphé.
Significance
Het was di taqdir — Allah’s will — was the verdict of the Tiro-oelama’s widow when Schmidt made his last attempt to save Tgk. Tjhi Maät: Taqdir Allah! Allah’s wil geschiede! For Tjoet Meuthia, di taqdir was the same: she had sworn to her first husband T. Tjhi Toenong to raise T. Radja Sabi in hatred of the kaphé and to marry Pang Nanggroë; both she did; with both she went into the mountains; of both she was widowed by the Kaphé’s bullets. With her death, the adelaarsjong was alone in the wild — het Leven scheen voor hem eene simpele rekensom, altijd: min één — until 13 March 1919, when he was recognised at Lho Seumawé.
See Also
- Tjoet Meuthia
- T. Radja Sabi
- Pang Nanggroë
- T. Tjhi Toenong
- Tengkoe Sjech di Paja Bakong
- Mosselman
- Waki Wahab
- Lho Soekon
- Lho Seumawé
- Keureutoe
- Execution of T. Tjhi Toenong (1905)
- Meurandeh Paja massacre (1905)
- Colonne Matjan
- Pursuit of the Tiro-oelamas (1908-1910)
- False T. Radja Sabi (1913)
- Sjahid
- Prang sabil
- Aceh War
- 1910
Source
Atjeh, door H.C. Zentgraff. Gedrukt bij Drukkerij “De Unie”, 1938, Batavia. OCR-filename: 20260709_002148_DLP-81-Atjeh_OCR.txt.