The Gajoetocht — the colonne-Van Daalen’s campaign through the Gajoe- and Alaslanden from 18 March to 3 June 1904 — was the great military epic of the Atjeh-oorlog. Commanded by overste Van Daalen and composed of some two hundred maréchaussée’s — a thin line of heroes — it executed an omtrekkende beweging through wild oerwoud by the Boer ni Intem-Intem, broke into the central plain of the Gajoeland from a direction not expected, and took benteng after benteng: Klah, Pepareq (308 dead), Penampakan, Koeto Lintang (561 dead), Koeto Reh, Reket-Goip, Bambel — killing, by Van Daalen’s own count, zóóveel mannen, zóóveel vrouwen en kinderen — by his own later admission at least four thousand Gajoes. Deze colonne wierp al het verleden omver — this colonne overthrew the whole past. The Gajoes themselves, Zentgraff notes, laten hunne tijdrekening beginnen met de komst van Van Daalen’s colonne.
The omtrekkende beweging
Colijn was in 1902 opgerukt via Isaq, doch had niet verder kunnen komen dan even bovenrij den Boer ni Intem-Intem en toen moeten terugtrekken. That earlier retreat had made a deep impression on the Gajoes: men zag: de Kompeuni durft niet. In 1904 the Gajoes, rekenend op de onkwetsbaarheid door de leiders verzekerd na toepassing van velerlei ritueel, resolved on uiterst verzet. Van Daalen decided to enter the Gajoeland from a direction not expected — by the Boer ni Intem-Intem, een der meest éclatante daden van deze geselecteerde colonne. Van den kleinen troep werd het uiterste geëist: men was nu en dan aan het dwalen en had geen eten meer.
The dagboek of luitenant Hoedt of the Topografischen Dienst — welwillend te onzer beschikking gesteld — preserves the detail. Den 6en Maart, in het dichte bergbosch, was het laatste rantsoen rijst verbruikt. Den 7en Maart volgde men een breed olifantenpad; om 12 uur kregen de officieren, voor de lunch, ieder 4 c.M. saucis de Boulogne — at noon, each officer had for lunch four centimetres of saucis de Boulogne. Eenige zieke dwangarbeiders waren zoo uitgeput en apathisch dat zij zich naast het pad in de struiken hadden gelegd om daar te sterven. Den 8sten Maart, na geweldig te zijn geplaagd door patels, werd in een stortregen een bivak betrokken aan de Woih ni Klah. Twee dwangarbeiders stierven. Eene brigade, speurend naar voedsel in het woud, had het geluk een reuzenpython te ontdekken en na een korten strijd, griezelig als de fantasieën eener nachtmerrie, te dooden; het monster werd door den troep tot op de huid na verorberd.
The first bentengs
Den 9en Maart werden per hoofd uitgedeeld drie stuks gezouten visch; de algemeene stemming was zeer gedrukt. Tot men te 11 uur de grens van het oerwoud bereikte en beneden in de vallei eene kampong zag liggen, waarbij eene kudde karbouwen graasde. The encirclement had succeeded. Den 17en Maart ontdekte men op den Gemoejang de benteng, welke den 18en stormenderhand moest worden genomen; in Pepareq werden 308 dooden van den vijand geteld — three hundred and eight enemy dead. Deze eerste oorlogsdaad bracht ieder in het Gajoland op de been. The Gajoes knew Van Daalen by name — Obos Panalan, Obos being their form of overste — but bowed not: “Obos Panalan malèë gèh koe Gajo inì menaloekan kito Gajo inì” — “Overste Van Daalen wil naar het Gajoland komen om ons te verslaan”; laat ons den strijd opnemen!
Toen verscheen de colonne in eene lange linie in het gezicht van de Blang, waar Penampakan zich gereed maakte om den schok op te vangen, doch in het gezicht der kampong boog de groene linie zich westelijk om over de helling van den Seunoeboeng, waar de colonne zich legerde als de havik, die zich hooger plaatst dan zijn prooi. The colonne took Penampakan on 22 March.
Koeto Lintang and Koeto Reh
In de veroverde benteng Koeto Reh, tijdens den tocht onder Van Daalen door het Gajoeland, op 14 Juni 1904; er bleven 561 gesneuvelde Gajoes liggen. Bij een in leven gebleven kind staat een schildwacht. Links boven, staande, donkere figuur: Van Daalen. So the caption to one of the most famous photographs in Kempees’s book — a long, broad row of dead, photographed by permission of Van Daalen himself. Met den zedelijken moed en de sterke overtuiging van den man die weet dat hij zijn plicht deed, liet Van Daalen na de vermeestering van elke benteng de dooden tellen: zóóveel mannen, zóóveel vrouwen en kinderen. Hij liet zelfs toe dat, na de verovering der bentengs, de lange en breede rijen dooden werden gefotografeerd. Hij voerde oorlog, deed zijn plicht, en: “advienne que pourra”.
Hunger and the dead
Zijn hier vier duizend Gajoes gesneuveld of waren het er meer? Wie weet het precies? The dead at Reket-Goip, Tampeng, Panosan, Badek — Gemoejang-Pepareq, Reket-Goip, Tampeng, Panosan, Badek enz. — ran into the thousands. At Reket-Goip fell the Ambonese sergeant Anakotta — een Amboneesch sergeant die er uitzag als een duivel, en vocht als een dozijn duivels, en viel door eigen vuur. His funeral moved even the stalen Van Daalen: zwijgend gaf hij de officieren een wenk om mee te gaan, en deze ijzeren soldaat sloot zich even op in z’n verblijf. The Menadoneesche maréchaussée’s sang at his grave: “Ik had een wapenbroeder, Geen dapperder dan hij…”.
The end of the tocht
The colonne emerged on 3 June 1904, after seventy-five days in the wilderness. Deze tweehonderd mannen: “a thin line of heroes”, hadden alles achter zich gelaten. Zij waren, weken marcheeren van hun basis, volkomen aangewezen op zichzelf. Zij betraden een gebied waar nog geen Hollandsche troepenmacht zich had vertoond. The Gedenkzuil at Blang Kedjeren reads: Ter herinnering aan onze gevallen helden tijdens den tocht van overste Van Daalen in de Gajoe-Loeüs, van 18 Maart 1904 tot 3 Juni 1904. Deze colonne wierp al het verleden omver, zoodat die ééne zaak werd die buiten den rayon der belangstelling staat. Zóó diep drong het ploegijzer door den ouden bodem, en zóó, tegen den achtergrond van bloed en vuur, staat de naam van onzen aanvoerder.
Significance
Westersche volken beginnen hunne tijdrekening met den dag waarop de geboorte van Christus is gesteld; de oudere Gajoes laten de hunne beginnen met de komst van Van Daalen’s colonne. So runs Zentgraff’s verdict. The Gajoetocht was the most concentrated oorlogsdruk of the entire Atjeh-oorlog — het Lot was het Gajoeland genadig; nieuw leven bloeide op of naast de ruïnes — and the photographs Van Daalen permitted remain its ambiguous monument.
See Also
- G.C.E. van Daalen
- Gajoeland
- Alaslanden
- Blang Kedjeren
- Takengon
- Kempees
- Christoffel
- Anakotta
- Colijn
- Waki Wahab
- Korps Marechaussee van Atjeh en Onderhorigen
- Sjahid
- Aceh War
- 1904
- 1938
Source
Atjeh, door H.C. Zentgraff. Gedrukt bij Drukkerij “De Unie”, 1938, Batavia. OCR-filename: 20260709_002148_DLP-81-Atjeh_OCR.txt.