The Fall of Aneukgalong on 28 March 1896 — the bestorming of the benteng of Anakgalong in Groot-Atjeh — was the éclatantste wapenfeit (most éclatant feat of arms) of the young Korps Maréchaussée. Commanded by overste Van Heutsz with kapitein Van Daalen as chef-staf, the column marched from Koetaradja at midnight, fell on the benteng at first light, and was master of it by five o’clock. De Atjehers lieten 110 lijken in onze handen en twee levende, licht gewonde jongetjes van 5 en 6 jaren oud.
Background: the abandonment of the benteng
After the overloopen van Teukoe Oemar in February 1896, the benteng of Aneukgalong — previously held under Dutch protection during the geconcentreerde linie — was abandoned by the Dutch and onmiddellijk daarop door den vijand bezet en versterkt. Natuurlijk moest de benteng toen weer door ons worden hernomen; het waren eigenlijk dwaze tijden na de groote verwarring, en wij moesten soms van daag heftig kampen om iets dat wij gisteren vrijwillig hadden prijsgegeven — naturally the benteng had to be retaken; they were foolish times after the great confusion, and one sometimes had to fight hard today for what one had voluntarily given up yesterday. Tgk. Mat Amin di Tiro — eldest son of Tengkoe Sjech Saman di Tiro — moved in with his brother Tgk. di Boekit and een paar honderd man, to defend it voor alles wat zij waard waren.
The march and the storming
Precies 12 uur middernacht van den 28en marcheerden wij met twee bataljons en de maréchaussee af naar Lambaroe, onder de bevelen van overste Van Heutsz, en mij als chef-staf. So opens Van Daalen’s letter of 5 July 1896 to his wife in Java, the canonical account of the fight. Na een kop koffie bij overste Bisschoff te Lambaroe te hebben gedronken, marcheerden wij om halfdrie af naar Anakgalong. Het was maneschijn, en men had bericht dat de bezetting van die benteng = 200 man bedroeg. Onderweg waren twee bruggen afgebroken zoodat wij ook daarmee soesah hadden. Enfin, tegen half vijf kwamen wij er voor, en om kwart voor 5 viel het eerste schot en begon de bestorming met het gevecht van man tegen man binnen de benteng, en om 5 uur was alles afgeloopen. Het was een interessant moment, dat gevecht; alles vrij donker en niets anders hoorend dan geknal van geweervuur en geschreeuw van Inlanders.
Under Graafland the benteng had been in the very early morning vrijwel volkomen omsingeld, so that the garrison met den rug tegen den muur stond. De Atjehers vochten als leeuwen: sommigen stortten zich liever in de brandende barakken dan zich over te geven. Het was een bitter, “hand-to-hand-fighting”: kwartier werd niet gevraagd en niet gegeven.
The dead of the Tiro-family
Among the 110 dead was Tgk. Mat Amin di Tiro himself. His body was carried by his people to kampong Moereuë — niet ver van Indrapoeri — and buried beside that of his father, in the same kandang. De gewone wasschingen en ceremoniën waren niet noodig voor iemand die viel in den heiligen oorlog — the ordinary washings and ceremonies were not necessary for one who fell in the holy war. A small gebouwtje — Knddagg: gebouwtje met de graven van den vermaarden Tengkoe Sech Saman di Tiro en zijn bij Anakgaloeng gesneuvelden zoon Tgk. Mat Amin, nabij kampong Moereuë (Indrapoeri) — was photographed by Zentgraff, the grave of Tgk. Sjech Saman covered with a white cloth.
Of the garrison, only two living were found: licht gewonde jongetjes van 5 en 6 jaren oud — lightly wounded boys of five and six years old. Het was voor het in 1896 in opkomst zijnde korps Maréchaussée een der éclatantste wapenfeiten.
Significance
With the death of Tgk. Mat Amin the leadership of the Tiro-family passed to the younger sons Tgk. di Boekit and Tgk. Majet, and ultimately to the grandson Tgk. Tjhi Maät — een kleinzoon van den grooten Tiro-oelama die den resident sommeerde, tot den Islam over te gaan. Het duurde, na den val van Aneukgalong, nog jaren vóór het krijgsbedrijf zich in den guerilla-oorlog om hen concentreerde — it was years after the fall of Aneukgalong before the war-business concentrated itself in the guerrilla around them. For Van Heutsz, the overval was the opening of his systematic campaign — the first chapter in the offensive that would end, eight years later, with Van Daalen’s colonne on the Gajoetocht.
See Also
- Aneukgalong
- Groot-Atjeh
- Indrapoeri
- Koetaradja
- Joannes Benedictus van Heutsz
- G.C.E. van Daalen
- Graafland
- Teukoe Oemar
- Defection of Teukoe Oemar (1896)
- Tengkoe Sjech Saman di Tiro
- Tengkoe Mat Amin di Tiro
- Tengkoe di Boekit
- Tengkoe Majet di Tiro
- Tengkoe Tjhi Maät di Tiro
- Korps Marechaussee van Atjeh en Onderhorigen
- Sjahid
- Prang sabil
- 1896
Source
Atjeh, door H.C. Zentgraff. Gedrukt bij Drukkerij “De Unie”, 1938, Batavia. OCR-filename: 20260709_002148_DLP-81-Atjeh_OCR.txt.