The Glé Jeung ambush — the mislukte verrassing van Glé Jeung — was a failed Dutch night attack on a benteng in Groot-Atjeh that held een groote troep Atjehers under one of the Tiro-Tengkoes. The plan was betrayed: het wordt algemeen aangenomen dat de huishoudster van den luitenant Boon, die nogal eens aanloop had van de schoone Sopia (een nicht van den toen nog vijandigen Panglima Polim) er over gepraat heeft; de verrassing mislukte volkomen en men werd ontvangen met een vuur dat heelemaal niet mooi was. De bentengs spoten stralen van vuur uit, en onze menschen vielen bij hoopen. Kapitein Scheurer was shot in the buik; kapitein Jacobs in the hoofd; the Belgian deserter Pauwels blew houd op met vuren — cease fire — to confuse, and was found dead in the benteng by daylight. Twenty-eight Dutch dead were brought out on doors and planks; the grisly procession moved to Indrapoeri where the Genie worked the night through on coffins; Van Heutsz, colonne-commandant, wept at the burial and said Dit graf zal vereeuwigd worden — but it was forgotten.

The plan and the leak

Men zou er ‘s nachts met een flinke colonne naar toe gaan en vóór den ochtend bij den heuvel zijn waar de versterkingen lagen waarin een groote troep Atjehers zat, met één der Tiro-Tengkoes onder de aanvoerders. The leak came through de huishoudster van den luitenant BoonBoon’s kazernevrouw tot concubine had, dezelfde vrouw die later het geheim van de door ons voorgenomen verrassende overvalling van Glé Jeung aan eene Atjehsche vriendin verklapte. The vriendin was de schoone Sopia, een nicht van den toen nog vijandigen Panglima Polim — a niece of the still-hostile Panglima Polim. De verrassing mislukte volkomen.

The bentengs spoten stralen van vuur

Men werd ontvangen met een vuur dat heelemaal niet mooi was. De bentengs spoten stralen van vuur uit, en onze menschen vielen bij hoopen. Kapitein Scheurer kreeg een schot in den buik, en hij lag ‘s morgens nog levend in het natte gras. Toen een ziekenverpleger hem wou verbinden, zei hij: “Het is voor mij niet meer noodig… help den man maar die daar zoo ligt te schreeuwen.” Kapitein Jacobs sneuvelde met een schot in het hoofd, en meerdere officieren werden zwaar en licht gewond.

Er werd plotseling: “houd op met vuren” geblazen, en zoo staakte de troep — om later te merken dat een deserteur, de Belgische fuselier Pauwels, die zich onder de Atjehers bevond, ons met dat signaal in verwarring trachtte te brengen. Wel, hij heeft het niet naverteld; men vond bij daglicht zijn lijk in de benteng.

The procession to Indrapoeri

Rekenend op het slagen van de verrassing had men niet aan veel dooden en gewonden gedacht, en dus slechts een bescheiden aantal tandoes meegenomen. En nu lagen er 28 doode militairen met een veel grooter aantal gewonden. Men kon ze niet wegkrijgen; er moest eerst een boodschap naar het bivak Indrapoeri worden gezonden om transportmateriaal te zenden. Ze stuurden alles wat ze hadden: deuren, tafels, losse planken, en ook dat was nog lang niet genoeg. De gewonden kwamen het eerst aan de beurt; ze kregen de deuren of planken, en werden daarop weggedragen, een manier van transport, voor velen erger dan de wond zelve. Een aantal dooden werd met de beenen en de armen aan een pikolan gebonden en door de beren gedragen; met gewonden en dooden moest men dan nog de Kroeëng Meunapat door, een zware tocht.

Het was eene verschrikkelijke processie; de lijken, hangend aan de pikolans, zakten in het midden uit, en bebloede hoofden bengelden er naast. Sommige lijken zaten vol bloed en modder, en als dieren uit een abattoir moest men ze den halven dag voortzeulen. Niemand die deze dingen heeft gezien zal ooit het transport van dooden en gewonden naar Indrapoeri vergeten; het was een zoo verschrikkelijk gezicht, dat mannen, gestaald in den strijd, er naast liepen in eene ontroering welke hen alle zelfbeheersching deed verliezen.

The mass grave and Van Heutsz’s tears

Zoo kwam de stoet in Indrapoeri, en de Genie werkte den heelen nacht aan de doodkisten; er was gelukkig veel hout omdat men bezig was met bivakbouw. Eén groote kuil, als een geweldige kamer die hongerend naar boven zag, zou alle achtentwintig dooden krijgen; de lijken der beide kapiteins waren doorgezonden naar Peutjoet. Van Heutsz, colonne-commandant, was bij de begrafenis aanwezig. Toen de lange serie kisten in den kuil werd gebracht was hij zijn gevoelens niet meer meester, en er biggelden een paar tranen over zijn wangen. Hij sprak met eenige moeite een paar woorden over “flinke mannen, gevallen op het veld van eer”, en hij eindigde: “Dit graf zal vereeuwigd worden.”

The forgotten grave

Ik ben onlangs weer eens geweest op het kleine kerkhof bij Indrapoeri, en heb gezocht naar de plek waar die 28 mannen in den grond zijn gelegd, maar er was niets te zien. Er staan een paar oude steenen van individueele graven, een paar latten waaronder ook wel iemand zal liggen. In het midden staat een boom op eene plek welke zich een weinig afteekent tegen de omgeving, en ik denk dat in dien goeden grond de boom staat, met meer voedsel voor zijn wortels dan er in de buurt is te vinden. Vereeuwigd…? Er zijn weinig graven zoo vergeten als dit massagraf; niet dikwijls zijn dooden zoo volkomen dood.

Significance

The Glé Jeung mislukking was a beschamende episode — the colonne caught by surprise through the concubine of one of its own lieutenants — and its memorial was, in Zentgraff’s telling, vergeten as soon as made. Boven: onder de boomen achter het houten geraamte is het massagraf der 28 dooden van Glieëng, geheel vergeten. De bekende lijkwagen der Atjeh-tram, [thans] buiten gebruik gesteld. The fallen lieutenants — luit. Boon himself, kapitein Scheurer, kapitein Jacobs — belonged to the early Van Heutsz period, when the geconcentreerde linie was still being broken; the massagraf at Indrapoeri was its price.

See Also

Source

Atjeh, door H.C. Zentgraff. Gedrukt bij Drukkerij “De Unie”, 1938, Batavia. OCR-filename: 20260709_002148_DLP-81-Atjeh_OCR.txt.