The Mengamat attack of May 1927 was the nachtelijken aanval of Tjoet Ali on the marschbivak Mengamat, where luitenant Hartingdezelfde die in 1937 voor de goudexploratie met Becking naar Nieuw-Guinea ging — held the command. Tjoet Ali had een “goeden dag” uitgezocht: den nacht van Donderdag op Vrijdag, en het kan best zijn dat hij er 44 man (het welgevallige getal) voor heeft gezonden. ’s Nachts om half vier drongen zij door den pagger in het bivak; het was nieuwe maan dus stikdonker, en er viel een zacht regentje. Zes of zeven Atjehers kwamen binnen, doch de militairen hielden het hoofd koel en de maatregelen voor alarm werden goed uitgevoerd. Seven attackers were killed; the Dutch had eight gewonden, four of them zwaar — all met klewangwonden. Imam Sabi was shot through the borst just above the heart, the kogel out through the back; he was healed with a modder-papje on the chest wound, but the back wound refused to close, and he thereafter wore a rattan korfje over it.

The night of Thursday on Friday

In Mei 1927 liet hij een nachtelijken aanval doen op het marschbivak Mengamat, waar luitenant Harting het commando had. Tjoet Ali had een “goeden dag” uitgezocht: den nacht van Donderdag op Vrijdag, en het kan best zijn dat hij er 44 man (het welgevallige getal) voor heeft gezonden. ’s Nachts om half vier drongen zij door den pagger in het bivak; het was nieuwe maan dus stikdonker, en er viel een zacht regentje. Zes of zeven Atjehers kwamen binnen, doch de militairen hielden het hoofd koel en de maatregelen voor alarm werden goed uitgevoerd.

The discipline of the brigade

Dus: geen soldaat van zijn plaats, om heen en weer loopen en verwarring te voorkomen, en alleen schieten naar buiten. Dan weet men dat ieder, die zich beweegt, een djahat is, met wien dan nader kan worden gesproken. Gelukkig waren de karabijnen geladen, anders was de heele brigade afgeslacht. The karabijnen geladen — this was no longer the case in 19251926, when de toenmalige militaire commandant van Atjeh, die verboden had dat onze patrouilles daar met geladen karabijnen liepen, had forbidden it. By 1927 the order had been withdrawn. De zeven Atjehers, in het bivak gedrongen, werden allen neergelegd; in het gevecht kregen wij acht gewonden, waarvan vier zwaar, allen met klewangwonden. Van de Atjehers die nog buiten waren werden er drie gewond, waaronder de aanvoerder Imam Sabi: hij kreeg een schot in de borst even boven het hart en de kogel ging er door den rug weer uit.

Imam Sabi and the rattan korfje

Imam Sabi — the old aanvoerder of the Westkust resistance — was nogal vrijgezel no longer; he was an old man of the oude school, who had heel aardig zijn partij had meegeblazen in den ouden prang. His wound, schot in de borst even boven het hart en de kogel ging er door den rug weer uit, was treated by himself with modder-papje on the chest — hiel met modder-papje — but the back wound refused to close. He thereafter wore een rattan korfje over de rugwond. With this korfje he was killed, almost three weeks later, in the overval bij Kandang of 25 May 1927Imam Sabi among dead with rattan korf over back wound.

Significance

The Mengamat attack was Tjoet Ali’s last successful overval. The brigade of luitenant Harting — by the simple discipline of niet van zijn plaats and alleen schieten naar buiten — had broken a klewangaanval without loss of life; the four zwaar gewonden with klewangwonden were the price. Tjoet Ali was heel sterk in het schrijven van zulke brieven — his notes to the kapitein of the Ladang Rimba bivak, with bedreigingen — but after Mengamat his aanhang verliep. Eind Mei kreeg Gosenson een bericht dat in den boschrand, drie uren loopen van Kandang… een bendetje was gezien — and the end followed on 25 May 1927.

See Also

Source

Atjeh, door H.C. Zentgraff. Gedrukt bij Drukkerij “De Unie”, 1938, Batavia. OCR-filename: 20260709_002148_DLP-81-Atjeh_OCR.txt.