Rantej boei — also rante boel; Atjehsche pig-mouth amulet — is a stone die sich, naar Atjehsch geloof, door kalkafzetting in den bek van een wild varken vormt en dit dier beschermt tegen lans en kogel van den jager. The wild boar drops the stone from its jaw only when it eats; van dit moment moet de pawang, die in een boom zit, gebruik maken om het weg te halen. The pawang must wait — sometimes for years — in his tree above the boar’s feeding-ground; het is ook voor den slimsten pawang een zeldzaam buitenkansje als-ie zoo’n rante boel machtig wordt, en het aantal menschen dat er een heeft, is vlug te tellen. Hunne namen gaan door heel Atjeh.
The holders
In Atjeh, in the days of the war, wie hadden zoo’n rantej boei? Schmidt zeker niet, ondanks alle verhalen, maar wel Teukoe Brahim van Ndjong, en de oude Teukoe Tjhi Samalanga. Dan was er één in het bezit van den vermaarden Oelama Tgk. Tjot Plieëng — de heiligste en hoogste onder de strijdbare geestelijke hoofden. Hoewel hij zelf niet aan den strijd deelnam en in afzondering leefde, kwamen alle draden van het verzet bij hem samen, en als hij daaraan trok dan had men in heel Pidië de poppen aan het dansen. Jaren hebben onze patrouilles zijn spoor gezocht; in Juni 1904 ontdekte kapitein Stoop zijn schuilplaats tusschen twee uitloopers van de Glé Keulabéë Asap, doch de Tengkoe ontkwam, zij het met achterlating van zijn Koran en zegelamulet. Hoewel op dat moment de rantej boei hem nog beschermde, was er toch eene breuk gekomen in zijn mystiek pantser. The rantej boei had been the property of Tgk. Sech Saman di Tiro — vele jaren onze hardnekkigste en gevaarlijkste vijanden — and had passed, in vroegere jaren, to Tgk. Tjot Plieëng.
The death of Tgk. Tjot Plieëng
Dat Tengkoe Tjot Plieëng die amulet verloor was, ondanks zijn rantej boei, als het schrift aan den wand. Al wat geschreven is, di taqdir, gaat voor den geloovige in vervulling, en zoo kwam het noodlot al nader bij den Oelama. The end came by eene kleinigheid die dwars door alle voorzorgsmaatregelen heenloopt: Het was eene patrouille onder luitenant Terwogt die volkomen toevallig in de schuilplaats van den Tengkoe terecht kwam, en hem neerschoot. De rantej boei, nog op zijn lichaam gevonden, had het noodlot niet kunnen keeren. The body was carried to a bivak for identification; na een paar dagen vertoonde het nog geen spoor van ontbinding. Zelfs Panglima Polim was voor die identificatie opgeroepen, en hij heeft zich gebogen over het lijk dat niet stonk, te midden eener groep Atjehers die stom waren van eerbied over dit bewijs der genade van Allah. “Dit was Gods geheim”, zei de oude Polem.
The amulet in the Koloniaal Museum
Men nam de rantej boei van het lichaam van den Tengkoe, en gaf haar aan Van Daalen, doch deze was geen man voor zulke toovermiddelen; hij schonk haar aan Waki Wahab — den Atjeher die lange jaren als spion met ons had gewerkt. De Kwab, zoo noemde men hem algemeen omdat hij een gezwel aan den hals had, kon zoo’n beschermend middel gebruiken; spionnen hebben een ongezond leven… De Kwab was eigenlijk een groot zondaar; hij zal zich misschien niet op zijn gemak hebben gevoeld met de amulet van een zoo heilig man als de gesneuvelde Oelama, en zoo gebeurde het dat de Kwab, toen het groote werk in Pidië was afgeloopen, haar cadeau gaf aan Veltman die ziek was. Hij mocht er eens beter van worden, zal de gever hebben gedacht. Ook Veltman droeg haar niet; mannen van dit slag stellen meer vertrouwen in een scherp staal en een goede dienstrevolver. Vermoedelijk is hij de eenige Europeaan geweest die eene rante boel had; hij schonk haar later aan het Koloniaal Museum te Amsterdam, waar zij nu nog ligt in eene collectie Atjehsche ethnografica. On the chain with the rantej boei are een kogel en eene versteende rups — a bullet and a petrified caterpillar.
The mystic eleumeë
The rantej boei was the supreme sign of the eleumeë — the mystic power of the oelama and the pawang. Dan moet uw eleumeë wel heel sterk zijn, want de Habib was zoo machtig dat, als iemand maar met den vinger naar hem wees, diens hand verstijfde — so the wife of the oeléëbalang of Tangsé to Schmidt after the schuilplaats of Habib Teupin Wan. To carry a rantej boei was to be kramat; to lose it was to lose the mystiek pantser that held off the bullet and the lance. Even Schmidt — die de heiligste Oelama’s opruimde zonder ooit ook maar de geringste wonde op te loopen — was, in Atjehsche eyes, moet iemand geen djimat hebben van groot vermogen? He never had one; but the Atjehers believed he must.
Significance
The rantej boei is the type-case of Atjehsche amulet-magic in Zentgraff’s narrative — a physical object, tracked from hand to hand, that proves the limits of magic. Leert niet de magiek in bijna den geheelen Archipel dat mystieke middelen niet altijd van waarde blijven doch tenslotte hunne kracht verliezen? The bullet that killed Tgk. Tjot Plieëng went through the rantej boei as if it were not there; the di taqdir of the Koran overrode the eleumeë of the amulet. And yet — het lijk dat niet stonk — the kramat of the holy man remained. The amulet is now in Amsterdam, in the Koloniaal Museum, a long way from the Glé Keulabéë Asap.
See Also
- Tengkoe Tjot Plieëng
- Tengkoe Sjech Saman di Tiro
- Pawang rimoeëng
- Oelama
- G.C.E. van Daalen
- Waki Wahab
- Veltman
- Panglima Polim
- Pidië
- Tangsé
- Aceh War
- 1904
- 1910
- 1938
Source
Atjeh, door H.C. Zentgraff. Gedrukt bij Drukkerij “De Unie”, 1938, Batavia. OCR-filename: 20260709_002148_DLP-81-Atjeh_OCR.txt.