Pawang rimoeëng — Atjehsche: tiger-charmer, tiger-whisperer; tijgerbezweerder — is the Atjehsche specialist in tigers: a man die zijn gansche leven, beginnend met de door ouderen vergaderde, en discreet overgedragen kennis, besteden aan bestudeering van wat er in oerwoud en jungle zwerft. De pawang rimoeëng (zooals er ook pawang badak: rhinoceros-agers, zijn) weten oneindig meer van aard en gewoonten van tijger en neushoorn dan in alle Westersche boeken staat. Vrijwel overal in Atjeh, waar de tijgers talrijk zijn, vindt men den pawang rimoeëng en deze, meestal iemand van rijperen leeftijd, staat in zeker aanzien als een persoon die de gemeenschap goede diensten bewijst.

The life of the pawang

Zij leven, als de kleine oelama’s, de dorpsgeestelijken of tengko meunasa, in eene sfeer van respect. Evenals de Tengkoes bedekken de pawang rimoeëng het midden van hun hoofd met een plooi van den hoofddoek, terwijl de gewone man die plek onbedekt laat. Ook leven de pawangs meer naar de voorschriften van den Koran dan de simpele kampongman, en dus scheren zij zich den baard niet. Het is soenat (aanbevolen, derhalve geen plicht) dat de ware geloovige geen scherpe voorwerpen op zijn gezicht brengt, en dus een baard draagt. Zoo zal een ieder hem herkennen als de man die den goeden weg bewandelt. The pawang is paid in kind: men brengt hem gaarne een deel van den oogst, of de waarde hiervan. In sommige kampongs wordt eene regeling getroffen waaraan ieder man bijdraagt, als de pawang de tijgers op een afstand houdt. De lieden die iets op hun geweten hebben zijn dan de trouwste betalers, want het zou kunnen zijn dat de Profeet de plaag van den tijger benut tot bestraffing van hen die zijn geboden niet nakomen.

The secret knowledge, father to son

Van vader op zoon gaat de geheime wetenschap der pawangs over; tegen ieder ander is hij uiterst zwijgzaam, en het kan niet gebeuren dat hij zijn spreuken en formules zou mededeelen aan een outsider. Hoe reëel zijn kennis van den tijger is, hij bekleedt haar met mystieke en religieuze formules, omdat de tijger ook een schepsel Gods is en recht heeft op eene behandeling in behoorlijken trant en naar de goede manieren welke de ééne macht is verschuldigd aan de andere. The zoon van den pawang wordt geleidelijk in alle geheimen ingewijd, en dit geschiedt goeddeels in de afzondering van het bosch, als het berapa van den Javaan. Hij die wil doordringen tot de kern der geestelijke problemen, moet beginnen met zich los te maken van de materie.

The five-year apprenticeship

Om een vrijen tijger te laten loopen in eene bepaalde richting door het bosch, om hem te dwingen al zijn woeste instincten prijs te geven en z’n machtig lijf langs het voorgeschreven pad te doen gaan tot in de val, is wat meer noodig dan het prevelen der geheiligde formule, ook al doet men dit in de grootste zuiverheid van ziel. De pawang moet van kindsaf alle gewoonten van den tijger leeren kennen; hij moet niet alleen weten hoe hij zich in het bosch beweegt, doch ook: waarom de tijger zoo doet en niet anders. Zoo zet de jonge man, onder leiding van den ouden pawang, zich aan de bestudeering van den tijger in de afzondering der wildernis; slechts hij die alleen is met de Natuur leert den weg tot hooger inzicht kennen. Veltman — nog always in Atjeh bekend als Ton Padomanwilde een cursus voor pawang rimoeëng volgen. Men zei hem echter dat zoo’n cursus zeker vijf jaren zou duren; dat de adept zich vrijwel alles moest ontzeggen, vanzelf ook het biertje en de Bols. Dit alles, en de afzondering in de wildernis, zou nog niet zoo’n zware opgaaf voor Veltman zijn geweest als een streng vloekverbod, want je kunt niet alle duivels uit de hel bij elkaar bulderen, aldus den bijnaam Toean Padoman verdienen, en tevens opgaan in de echte zuivere sfeer der meditatie. Misschien is het hieraan te danken dat Veltman nu niet in de wildernis leeft als een gerespecteerd pawang rimoeëng, doch als gepensioneerd generaal in een aardige villa onder Oud-Wassenaar woont.

The trap with the second door

In eene kampong waar geen pawang rimoeëng was, kwam de keutjhi bij hem klagen over eene tijgerin met jongen die veel vee weghaalde. Er stond bij die kampong eene val, doch het viel Schmidt direct op dat ze niet deugde, omdat zij maar ééne opening: de ingang, had. Het instinct van den tijger waarschuwt hem tegen zulke situaties, en hij zal er alleen ingaan in uitersten nood; er moet ook aan den achterkant eene deur zijn. Zulke dingen moet men niet al te eenvoudig nemen of geven, en dus liet Schmidt den keutjhi eene val maken die ook aan den achterkant eene opening had. Daarbij leerde Schmidt hem de oude spreuken welke de Atjeher prevelt ter afweer van ziekte of gevaar: Kala keu dikah kala laka laka. Zoo was dus alles in orde. Toen de luitenant eene week later eens kwam kijken vertelde de keutjhi hem, dat hij de vier tijgers: moeder en jongen, in de val had gekregen, en hij dankte eerbiedig voor de bezweringsformule: Kala keu dikah kala laka laka, want deze had het wonder gewrocht, en niet de tweede deur. The pawang’s formuleKala keu dikah kala laka laka — was the charm that worked; the tweede deur was the engineering.

The pawang and the tigress at Tapa Toean

The case of the pawang at the bivak Tapa Toean — die de bekas der tijgers aandachtig bekeek en zei: Het is een paar: mannetje en wijfje. Het wijfje is door den kogel getroffen aan den linkerachterpoot — and his capture of the tigress in the val at kampong Peuloemat, driemaal om het hok, mompelde en bad, en hierop werd het dier doodgeschoten, is the type-case of the pawang’s work. Een behoorlijke pawang houdt niet van ruwe methoden, en hij zal, als een tijger in de val zit, er eerst driemaal omheen loopen en het formulier prevelen dat bij deze fase der gebeurtenissen past, want de dood dient naar goed gebruik te worden aangezegd, mèt het vergrijp. The pawang commands the tiger; the baas commands the bullet.

Significance

The pawang rimoeëng is the Atjehsche type of the holy man of the bosch — like the oelama the keeper of a secret knowledge, like the keuchi’ the keeper of an adat. Schmidt, die van Atjeh meer weet dan iemand ander, en Veltman, met ook zeer respectabele ervaring, kunnen over al deze dingen merkwaardige feiten vertellen. The pawang is the figure who mediates between the kompeuni and the wild — de tijger die rondachtersliep, de valsche beer, de altijd nijdige rhinoceros, de machtige olifant — and his five-year apprenticeship, his soenat beard, his Kala keu dikah kala laka laka, are the proofs that the wild, too, is een schepsel Gods.

See Also

Source

Atjeh, door H.C. Zentgraff. Gedrukt bij Drukkerij “De Unie”, 1938, Batavia. OCR-filename: 20260709_002148_DLP-81-Atjeh_OCR.txt.