Hikajat prang — Acehnese: war tale — is the Acehnese war literature: booklets and scriptures waarin in felle en hartstochtelijke taal de strijd tegen de ongeloovigen wordt gepredikt, that hebben altijd grooten invloed op de geesten uitgeoefend en duizenden twijfelaars over het doode punt geholpen. They describe, in glowing language, the enjoyments of paradise that await the man who falls in the prang sabil and thus becomes sjahid. Bij meerdere gevechten werden hikajat prang op de lijken der gesneuvelden gevonden.
The paradise that awaits the fallen
The booklets promise the hemelnimfen — the hoeri’s — and the Kalkausarstroom — the river of paradise. Laat de schoone vrouwen hier op aarde gerust achter zonder te treuren, want Allah geeft je straks zeventig schoone vrouwen, die je dienen en die zóó bovenmate schoon zijn, dat het reeds voldoende heerlijk is om naar hen te kijken, men behoeft hen daarvoor niet eens aan te raken. Als je op het slagveld tegen de kafirs valt, dan komt zoo’n schoone vrouw je zoeken en ze voert je naar huis. Degenen die als geloofsgetuige gevallen zijn (sjahid), zijn in werkelijkheid niet dood, neen, dat lijkt maar zoo. Al is hun lichaam er niet meer, al zie je hen niet, denkt toch niet dat ze gestorven zijn, want ze leven bij Allah.
The story of Abdōwahét and Ain Almardijah
The story of the young Abdōwahét and the heavenly princess Ain Almardijah schijnt in vrijwil alle hikajat prang voor te komen. De historie van Abdōwahét spreekt wel zeer sterk tot de verbeelding van den Atjeher, wiens emotioneele ziel groote behoefte heeft aan de zekerheid van een hiernamaals waar hij rust en geluk zal vinden, en waaraan hij gaarne het leven met al zijn onrust en misère offert. The youth, fifteen years old, an orphan, hears the Koran verse Waarlijk, God heeft van de ware geloovigen hunne zielen en hunne bezittingen aangekocht, waartegen hij hun de geneugten van het paradijs zal schenken — and sells his soul. On the march he falls into a deep sleep, dreams of paradise, sees the hemelprinses Ain Almardijah on her legerstede, is called gemaal onzer vorstin by the hoeri’s bathing in the milk-river and the honey-river, drinks of the Kalkausarstroom, finds his way to the diamond-and-ruby palace, is told by the princess: dezen avond zal de belofte in vervulling gaan. Het zal stellig gebeuren, maar ik vraag nog even uitstel, want nog is Uw ziel niet rein. De aardsche goederen heeft God reeds in ontvangst genomen; geef nu Uw ziel aan Hem over! He rides to the battlefield, kills nine unbelievers, en toen de tiende den laatsten adem uitblies, stortte de jonge held ter aarde. God zij lof, de belofte, zooeven gedaan aan de prinses, was nagekomen.
The famous booklets
The most dangerous hikajat prang were: the Tambikoel Rafilin, uitgegeven door Tgk. Djalaloeddin; the Karangan Tiro Oelama, tijdens den oorlog geschreven door den vermaarden Tengkoe Sech Saman di Tiro, één onzer grootste tegenstanders; dan de talrijke andere hikajats prang veelal van onbekende schrijvers. Tengkoe Sech Ibrahim — die na het sneuvelen van den laatsten der Tiro-oelama’s als hoofd dier vermaarde familie werd beschouwd — told Zentgraff: Ik zelf raak nog in opwending als ik ze hoor voorlezen. Als ze ‘s avonds werden voorgelezen in aandachtigen kring, werden de harten warm van verlangen naar den strijd tegen de ongeloovigen, en menig jong man zette de eerste schreden op het oorlogspad onder den machtigen indruk dier lectuur op zijn emotioneele ziel.
Found on the dead
Ook op Tgk. Doellah, die in 1933 bij Lhong werd neergelegd, vond men een paar boekjes, waaronder een hikajat prang, welke den controleur Dr. J. J. van de Velde ter vertaling werd toegezonden. Tjoet Ali — wiens dood als sjahid ik in een vorig hoofdstuk beschreef — had steeds een aantal schrifturen bij zich, waaronder een paar dunne boekjes; één daarvan was een hikajat prang, waarin hij zoo nu en dan troost en kracht zal hebben gevonden in de zware dagen van zijn strijd tegen de Kompeuni. The later — by his own fire gesneuvelde — kapitein Haga, overviel destijds eene schuilplaats van Tjoet Ali, die nog maar juist den dans ontsprong doch zijn schrifturen verloor; from his hikajat prang Zentgraff publishes the long extract of Abdōwahét and Ain Almardijah. The booklets taught the points of doctrine: that Onze God, de Heer der Werelden, koopt de geloovigen en beveelt ze ten strijde te trekken; that Al wie vuurt op de ongeloovigen, de vijanden Gods, hetzij de kogel doel treft of niet, hem wordt het aangerekend als een verdienste even groot als wanneer men tien slaven de vrijheid schenkt; that Verdienstelijker is het, broeders, één dag aan den Heiligen Oorlog deel te nemen, dan duizend dagen in Arabië te verblijven; that Eén prosternatie in den oorlog schat God hooger dan duizend buigingen in de Ka’bah te Mekka.
Significance
The hikajat prang were the literature of the prang sabil — the printed proof that the war was a holy one and that the paradise of Ain Almardijah awaited its dead. To find one on a corpse was to find the certificate of a sjahid. Their translation by controleur Van de Velde in 1933 — long after the war was supposed to be over — showed that the prang sabil still lived in the meunasa’s and the kampong houses.
See Also
- Prang sabil
- Sjahid
- Oelama
- Tengkoe Sjech Saman di Tiro
- Tengkoe Sech Ibrahim
- Tjoet Ali
- Tgk. Doellah
- Lhong
- Tangsé
- Pidië
- Westkust resistance (1925-1927)
- Death of Tjoet Ali (1927)
- Aceh War
- 1910
- 1911
- 1917
- 1927
- 1933
Source
Atjeh, door H.C. Zentgraff. Gedrukt bij Drukkerij “De Unie”, 1938, Batavia. OCR-filename: 20260709_002148_DLP-81-Atjeh_OCR.txt.