Kimoeneen Madoerees uit Oost-Java — was the oud-dwangarbeider whose life-story Zentgraff tells as a type of the berens (convict labourers) of the Atjeh-oorlog. Hij had 20 jaar gekregen, omdat-ie een man had vermoord die z’n vader had beleedigd — he had got twenty years because he had murdered a man who had insulted his father.

The message through the Atjehsche lines, 1896

Toen na het overloopen van T. Oemar een onzer posten door den vijand was ingesloten, bood Kimoen zich aan om door de Atjehsche linies een bericht over te brengen. — When, after the overloopen of Teukoe Oemar, one of our posts was surrounded by the enemy, Kimoen offered to carry a message through the Atjehsche lines. Bij die gelegenheid werd hij door Atjehers zwaar gewond, bijna getjintjangd en in de kali gesmeten; bij Lambaroe werd hij er gelukkig uitgevischt. — On that occasion he was severely wounded by Atjehers, almost chopped to pieces, and thrown into the kali; at Lambaroe he was luckily fished out. Hij genas en kreeg kwijtschelding van straf, maar wilde in Atjeh blijven. Wat moest hij, na al die wilde jaren, in de stille desa doen? — He recovered and received remission of punishment, but wanted to stay in Atjeh. What should he, after all those wild years, do in the quiet desa?

Djongos for Graafland; the limonadeflesch

Zoo werd hij „djongos” bij Graafland, die een lekkerbek was zoodat hij daar een listig fornuis leerde voeren. — So he became djongos (house-boy) with Graafland, who was a lekkerbek (epicure), so that he learned there to feed a cunning hot-plate. Na Graafland ging hij over bij een ander officier, en nadat deze gestorven was liep Kimoen naar Lho Seumawé, waar hij in de keudé bij een Chinees een fleschje limonade kocht. Terwijl hij dat langzaam leegdronk kwam een Atjehsch oppasser die in hem een gedrost dwangarbeider zag en hem wilde arresteeren, waarop Kimoen hem met die limonadeflesch den schedel insloeg: „saja tjoema poekoel satoe kali, toean”, placht Kimoen te vertellen. — After Graafland he went over to another officer, and after this one had died Kimoen walked to Lho Seumawé, where in the keudé he bought a bottle of lemonade from a Chinese. While he was slowly emptying it, an Atjehsche oppasser came who saw in him a runaway dwangarbeider and wanted to arrest him, whereupon Kimoen smashed his skull with that lemonade-bottle: „I only hit him once, sir,” Kimoen used to tell.

The unfair ten-year sentence

Zonder behoorlijk onderzoek kreeg hij van een onvoltallige moesapat tien jaar, en hij was razend over dit onrecht waartegen al zijn praten niet hielp. — Without proper investigation he got ten years from an incomplete moesapat, and he was furious at this injustice against which all his talking did not help. Als beer werd hij naar Djambi gezonden waar in dien tijd ook nogal een robbertje werd gevochten. Kimoen was bij het attaqueeren even kranig als een maréchaussée-betoel. Van daar werd hij naar Menado gestuurd waar een dokter zich voor hem interesseerde en het vonnis van Lho Seumawé aantastte. Er kwam recht en Kimoen kreeg ook van het restant dezer tien jaren kwijtschelding; hij werd naar Soerabaia gezonden, en daar stond-ie op straat zonder een cent op zak. — As a beer he was sent to Djambi, where in those days also a battle was being fought. Kimoen, in attacking, was as brave as a true maréchaussée. From there he was sent to Menado, where a doctor interested himself in him and attacked the Lho Seumawé verdict. Justice came, and Kimoen received remission of the remainder of these ten years too; he was sent to Soerabaia, and there he stood on the street without a cent in his pocket.

The 800-km walk to Buitenzorg

En andermaal had Kimoen de keuze; in het Oosten lag zijn desa. Maar hij had gehoord dat Van Heutsz nu Gouverneur-Generaal was, en hij kende den oud-overste en kolonel van menigen krijgstocht, al was hij dan ook maar een simpele beer geweest, één der laagsten en onaanzienlijksten van het groote apparaat dat eene expeditie vormde. Dus wendde hij het hoofd van zijn dorp in het Oosten af, en nam de richting op het Westen; hij liep zonder een duit op zak de 800 K.M. naar Buitenzorg en zocht den assistent-resident op die hem naar Veltman verwees. — And once more Kimoen had the choice; in the East lay his desa. But he had heard that Van Heutsz was now Governor-General, and he knew the former overste and colonel of many a campaign, even if he had been only a simple beer, one of the lowest and most inconspicuous of the great apparatus that forms an expedition. So he turned his head away from his village in the East, and took the direction west; he walked, without a cent in his pocket, the 800 km to Buitenzorg, and looked up the assistant-resident who referred him to Veltman.

Cook for Veltman

„Ik wil weer naar Atjeh”, zei de beer hem. Nou, bij Veltman was hij hiervoor aan het goede adres, en die nam hem mee als djongos, en om te koken. Wel, die heeft met Kimoen heel wat te stellen gehad, want deze oud-beer was een man van zonderlinge geaardheid. Hij kon zich moeilijk voorstellen dat men een Atjeher kon zien zonder direct met eenig wapen op dezen af te vliegen; dit lag voor de hand, dacht Kimoen.„I want to go back to Atjeh,” the beer said to him. Well, with Veltman he was at the right address for this, and Veltman took him along as djongos and cook. Veltman had a great deal to deal with in Kimoen, for this old beer was a man of strange disposition. He could hardly conceive that one could see an Atjeher without immediately flying at him with some weapon; this stood to reason, Kimoen thought.

When Veltman received Atjehsche hoofden at hotel Kügelmann in Koetaradja, nam Kimoen achter zijn stoel plaats met een zeer suffisant stuk ijzer in de hand — je kunt geen Atjeher vertrouwen, dacht hij — en keek vragend naar zijn baas op deze manier: met wien mag ik beginnen. Veltman: „donder op!” — thunder off! Also at Tapa Toean, where Veltman served, er was geen huis met hem te houden als er Atjehers in de buurt waren — there was no living with him when Atjehers were in the neighbourhood. Kimoen counted the spoons and forks: „die stelen als de raven, toean, en dit is heel wat erger dan een enkel moordje” — they steal like ravens, sir, and that is much worse than a single little murder. If Veltman came home late from kegelen (skittles), had Kimoen zich op den weg opgesteld, ter bewaking, in hinderlaag, met… de metalen stang van een Hosenstrecker — Kimoen had posted himself on the road, on guard, in ambush, with… the metal rod of a trouser-stretcher.

End with Darlang

Hij was een zoo agressief mensch dat het te Tapa Toean, waar nogal eens gasten waren, niet langer ging, en Hein Meijer (ook een dier oude Atjeh-cadets, thans als gepensionneerd overste te Batavia wonend) zeide: geef hem mij maar. Ook bij Meijer ging het niet, en Kimoen werd overgenomen door Darlang, die nogal hardhandig was en hem op zekeren dag een op-lababbel gaf die aankwam. Kimoen stond er perplex van, bedacht zich geen moment en liep dwars door het centrale bergland naar Sigli waar betere menschen zaten, en daarna heeft men hem niet meer gezien. — He was so aggressive a person that at Tapa Toean, where there were often guests, it could not go on, and Hein Meijer (also one of those old Atjeh-cadets, now a retired overste living at Batavia) said: give him to me. With Meijer too it did not go, and Kimoen was taken over by Darlang, who was rather heavy-handed and one day gave him a op-lababbel (dressing-down) that landed. Kimoen stood perplexed, did not think twice, and walked right through the central mountain-land to Sigli, where better people sat, and after that he was not seen again.

Significance

Kimoen is Zentgraff’s type of the berens — the dwangarbeiders who carried the vivres, swam the kalli when it bandjirde, and brought the „au secours!” message when a brigade was shot up. His long soldier’s life — from the overloopen of 1896 to the years after 1910 — is one of the longest single beer-careers Zentgraff records; his unforgiving hatred of Atjehers, zijn lotgenooten, and his long walk of 800 km to see den Gégé Van Heutsz are the marks of him.

See Also

Source

Atjeh, door H.C. Zentgraff. Gedrukt bij Drukkerij “De Unie”, 1938, Batavia. OCR-filename: 20260709_002148_DLP-81-Atjeh_OCR.txt.