Drijber was the Dutch captain commanding the koloniale reserve in the three-day battle in the Beradin pass, wounded in arm and leg at Lamtengah on 23 May 1896 and remembered for continuing to command from a tandoe.
P. H. R. Beuming calls him de sympathieke kapitein Drijber. On the first day of the battle the koloniale reserve came into action on the enemy’s left wing, where it had a hard time at Lamtengah. Drijber was wounded in arm and leg, hij wilde echter niet naar de ambulance vervoerd worden en bleef, gedragen in een tandoe, te midden zijner dappere jongens het commando voeren — he refused to be carried to the ambulance and, borne in a tandoe, continued to command in the midst of his brave men.
Beuming records the effect: Dit zeldzaam bewijs van moed van den beminden commandant bracht de manschappen zoo zeer in vervoering, dat ze zich met een donderend hoerah op den vijand wierpen. Ze waren gewoonweg onweerstaanbaar, die Nijmeegsche jongens. The benting was taken after a furious hand-to-hand fight, and in it were found a great number of Beaumont rifles that had been issued in their time to Toekoe Oemar.
See Also
- Three-day battle in the Beradin pass (23-25 May 1896)
- Koloniale Reserve
- Lamtengah
- Tandoe
- Nijmegen
- 23 May
- 1896
Source
Schetsen uit den strijd op Groot-Atjeh, met speciaal vervaardigde kaart en toepasselijke photo’s, bewerkt door P. H. R. Beuming, oud-onderofficier van het Ned.-Indische Leger (Amsterdam, December 1911; uitgegeven ten bate van het te stichten Herstellingsoord voor Rijks-Ambtenaren). Koninklijk Instituut voor de Tropen, Br N 82-144
Acknowledgement of sources. The material in this article derives from Schetsen uit den strijd op Groot-Atjeh, met speciaal vervaardigde kaart en toepasselijke photo’s, bewerkt door P. H. R. Beuming, oud-onderofficier van het Ned.-Indische Leger (Amsterdam, December 1911). Dutch passages are quoted in the original with an English rendering.