Schmidt’s pursuit of Habib Teupin Wan in September 1911 — the closing episode of Schmidt’s Tangsé campaigns — was the overval in which the vermaarde Habib Teupin Wan, the Holy One of the Atjeh-oorlog, fell. On Hari Raja 25 September 1911 two of Habib’s mannen had visited a kampong in Tangsé for the celebration; the visit lekte uit, and on 27 September 1911 Schmidt rukte uit with thirty maréchaussée’s. On 29 September 1911, along the Aloeë Blang Djeuraloh, the colonne kapped a pad, crossed the voetsporen of the bende, and besloop the schuilplaats. The Habib — een grijsaard, in de eene hand een kris en in de andere een revolver, with aan zijn beide zijden mannen met een geweer en een donderbus — chose sjahid. Zoo viel Habib Teupin Wan, “The Holy One”, en met hem acht anderen, en eene interessante periode uit het boek van den krijg werd met hem afgesloten.
The Hari Raja leak, 25 September 1911
In September 1911 viel de Hari Raja op den 25sten, en een paar der mannen van den Habib waren voor de viering van dien dag naar eene kampong in Tangsé geweest. Dit lekte uit, en den 27sten September rukte eene afdeeling van 30 maréchaussée’s onder Schmidt uit, op de sporen der teruggekeerde aanhangers van den Habib, hopend “en passant” den laatsten Tiro-oelama te kunnen nemen. The hope of catching the last Tiro-oelama — Tgk. Tjhi Maät — was not yet realised; that would come on 9 December 1910 — but the present pursuit was of the Holy One himself.
29 September 1911: Aloeë Blang Djeuraloh
Ook den volgenden dag werd tevergeefs naar sporen gezocht; de Atjehers hadden groote voorzichtigheid betracht en alle “bekas” zorgvuldig weggespoeld met water, of met bladafval bestrooid. Den 29sten trok de colonne langs een klein riviertje, de Aloeë Blang Djeuraloh, en kapte zich vandaar een pad langs de dichtbegroeide helling. Daar kruiste men voetsporen van menschen die in tegengestelde richting waren gegaan; men volgde deze zonder gerucht te maken tot men op een vrij druk beloopen pad kwam. Er stond een boom waarvan stukken waren afgekapt, blijkbaar voor brandhout, terwijl van de struiken de bladeren waren afgesneden, voor dakbedekking, en het was dus duidelijk dat de schuilplaats in de buurt moest zijn.
De patrouille sloop verder, tot de voorste man door de struiken het dak van een hutje zag; hij legde zich onmiddellijk op den grond, met de andere mannen van de spits. Schmidt gaf een wenk en men legde de veldransels af; een deel der mannen beklom, onhoorbaar en onzichtbaar de helling om in den rug der schuilplaats te komen. Intusschen was de voorste man der spits, als een slang zich vooruitschuivend door de struiken, zoover gekomen dat hij de schuilplaats kon overzien; door teekens spreken was natuurlijk verboden — gaf hij te kennen dat er twee hutten stonden, zonder menschen.
Hierop besloot de commandant, te zoeken naar een andere, wel bewoonde schuilplaats, die vermoedelijk ergens in de buurt moest zijn, en met drie stooten op de tirailleurfluit waarschuwde hij de mannen die de omtrekkende beweging maakten. Daarop marcheerde hij verder, toen plotseling stemmen werden gehoord en de patrouille voor zes tot dusver niet geziene hutjes stond.
The Holy One chooses sjahid
Daarnaast stond eene groep van vijftien Atjehers; aan het hoofd een grijsaard, in de eene hand een kris en in de andere een revolver. Aan zijn beide zijden stonden mannen met een geweer en een donderbus: de anderen waren met klewangs gewapend. Zooals later bleek was de bende gealarmeerd door het fluitsignaal, doch niet gevlucht. De oude aanvoerder had een kort moment nagedacht, en in die seconden had hij den duur van zijn leven afgemeten. Zijn keuze was: sjahid worden. Zoo stond de oude met den grijzen kop vóór zijn mannen, het hoofd rechtop, de oogen naar de militairen die uit de struiken traden. Er was in hem geen moment van aarzeling, en het waren zijn mannen die den strijd begonnen; zij hadden zich met hem ten doode gewijd.
Slechts enkele kogels spraken leugenachtige taal, en toen de maréchaussée’s met de zwaaiende klewangs zich op den oude en diens groep wierpen, was het pleit spoedig beslecht, hoewel de Atjehers dapper vochten. Zoo viel Habib Teupin Wan, “The Holy One”, en met hem acht anderen, en eene interessante periode uit het boek van den krijg werd met hem afgesloten.
The ilmoe of the Holy One
Er was nu nog slechts de jonge Tengkoe Tjhi Amat di Tiro, kleinzoon van den grooten Tgk. Sjech Saman. Zoon van zijn vader. De schare was wel zeer gedund, en niemand der Tiro-mannen kon hebben gedacht aan een anderen dood dan in den strijd. Dit scheen voor hen het door Allah bepaalde lot — di taqdir: het staat geschreven — en zij zullen, achter dit leven van strijd en misère, het licht van het paradijs hebben zien glanzen. The widow of Tgk. Oeléë Toetoë, whom Schmidt had consulted about saving Tgk. Tjhi Maät — and who had answered Hana djalan, Toean. Dji haro’s keu sjahid lagèë koedjih! Er is geen middel, heer. Hij wil sjahid worden als zijn vader — had already given the verdict of the Atjehsch oelama’s on the whole guerilla: Taqdir Allah. Allah’s wil geschiede!
The wife of the oeléëbalang, when told the outcome of the overval, asked Schmidt: how many Dutch dead? Not one wounded, Schmidt answered — your ilmoe must be very strong. Deze vrouw kan U daarom geen kwaad hart toedragen, Tgk. di Teupin Raja had explained to Schmidt. Dat haar man viel in den heiligen strijd was naar zijn eigen vrijen wil, en dit was voor Allah zijn groote verdienste. U was slechts het werktuig in Allah’s hand, om hem in het Paradijs te brengen.
Significance
Met hem viel de laatste der groote onverzoenlijke oelama’s, en een hoofdstuk van het Atjeh-verzet werd afgesloten — with him fell the last of the great unyielding oelama’s, and a chapter of the Acehnese resistance was closed. The Holy One — kramat in the eyes of the Atjehsch people — had lived through every period of the Atjeh-oorlog, from the early campaigns of Van der Heyden through the geconcentreerde linie to the late guerilla; his son Habib Tjoet had fallen on 21 May 1910 in the overval of the Tiro-bende; with the old man’s death on 29 September 1911 an interessante periode uit het boek van den krijg was closed. Het getal der voorname Atjehers die vanaf het begin van den Atjehoorlog vijandig gezind waren, dit bleven tot in de latere jaren en zich steeds buiten contact met de Kompeuni wisten te houden, is uit den aard der zaak zeer gering.
See Also
- Habib Teupin Wan
- Schmidt
- Tengkoe Oeléë Toetoë
- Tengkoe Tjhi Maät di Tiro
- Tengkoe Sjech Saman di Tiro
- Habib Tjoet
- Tengkoe di Teupin Raja
- Tangsé
- Geumpang
- Pidië
- Pursuit of the Tiro-oelamas (1908-1910)
- Sjahid
- Prang sabil
- Ilmoe
- Aceh War
- 1911
Source
Atjeh, door H.C. Zentgraff. Gedrukt bij Drukkerij “De Unie”, 1938, Batavia. OCR-filename: 20260709_002148_DLP-81-Atjeh_OCR.txt.