The naming of the Kraton as Koeta Radja — in Kreemer’s history, the decision by generaal Van Swieten to retain the Atjèhnese name Koeta Radja (“Royal City”) for the captured Kraton and its surroundings, confirmed by the Indische Regeering on 19 March 1874 — is the founding administrative act of the Dutch occupation of Groot-Atjèh, transforming the seat of the Atjèh sultanate into the capital of the Dutch military government.

The naming

Kreemer records the act in a single passage: “Nadat het doel der tweede expeditie bereikt was… meende [Van Swieten], dat, na het bereiken van het object der tweede expeditie, een afwachtende houding het strijdende volk langzamerhand tot inkeer zou brengen… ‘De verdediging moet passief blijven, dat wil zeggen, men moet den vijand niet gaan opzoeken in zijn goed aangelegde en verdedigde stellingen, als hij ons niet hindert. De politiek moet en zal voltooien, wat de wapenen zoo gelukkig begonnen hebben’ — zoo schreef hij bij Nota van 22 April 1874 aan zijn opvolger kolonel Pel. Voorloopig zou men zich zooveel mogelijk moeten bepalen tot de vorming eener veilige stelling in den Kraton en daar deze bij de Atjèhsche bevolking niet anders bekend was dan onder den naam van Koeta Radja, besloot Van Swieten dien naam te behouden; de Indische Regeering hechtte daaraan bij Besluit van 19 Maart 1874 N°. 1 hare goedkeuring” — “Since the Kraton was not known among the Atjèhnese population by any other name than Koeta Radja, Van Swieten decided to retain that name; the Indische Regeering confirmed this by Decision of 19 March 1874 No. 1.”

Significance

The retention of the Atjèhnese name Koeta Radja — rather than the imposition of a Dutch name — is, in Kreemer’s narrative, a small but telling act of administrative pragmatism. It acknowledged that the Dutch were now governing an Atjèhnese population, and that the seat of their government would have to be known by the name its inhabitants already used. The name Koeta Radja would persist through the colonial period as the name of the capital of the Gouvernement Atjèh en Onderhoorigheden, before being replaced in the Indonesian period by Banda Atjèh.

See Also

Source

Atjèh. Algemeen samenvattend overzicht van land en volk van Atjèh en onderhoorigheden, door J. Kreemer, Archivaris van het Atjèh Instituut. Eerste Deel. Leiden: N.V. Boekhandel en Drukkerij voorheen E.J. Brill, 1922. Hoofdstuk I, C (“Atjèh-oorlog (1873—1910)”), Tweede tijdvak, blz. 17.