The Storming of Koeta Blang Djeurat on 31 December 1901 — the vermeestering of the benteng of Koeta Blang Djeurat in the landschap of Peusangan — was one of the benteng-stormings of the Van Heutsz offensive on the Noord- en Oostkust. The 5th brigade under Heynen had the zwaarste taak at the north-west bastion; the Amboneesche maréchaussée Maroekoe was de eersten op de borstwering though door 2 klewanghouwen zwaar verwond, jumped first into the benteng and met groote dapperheid aan het handgemeen deelnam. 79 lijken bleven in de versterking achter, geen enkel man ontkwam. The Dutch losses were two dead and twenty-four wounded; the colonne, met de lijken der twee maréchaussée’s, reached kampong Lampéhan just before midnight, wished each other een prettig Nieuwjaar amid the lijken en zwaar gewonden, and buried the dead at Peusangan near the Tengkoe’s house.

The benteng and its paggers

Bij de vermeestering van Koeta Blang Djeurat op 31 December 1901 maakte Heynen met zijn brigade een extra goede beurt. De colonne had de benteng vrijwel omsingeld, en omdat zij tegen de helling iets lager lag, had men er een goeden kijk in. De regeling der voeding was op dien tocht zeer slecht, de menagemeester had nergens voor gezorgd en de mannen hadden honger. The maréchaussée’s, nog niet door den vijand ontdekt, saw that the people in the benteng were juist bezig met het slachten van een geit, en in hun verbeelding was dit wel de grootste en vetste geit die ooit onder het mes was gekomen.

De maréchaussée’s begrepen dat ze niet te lang mochten wachten, wilden ze van die geit hun competeerende krijgen, en gelukkig werd spoedig het bevel tot den aanval gegeven. De mannen waren zoo verrukt dat ze al “potong kepala” begonnen te schreeuwen voor de Atjehers hen hadden ontdekt, zoo zaten deze aan die geit. There were 7 of 8 paggers om de benteng gezet, met bamboedoeri er tusschen, doch de maréchaussée’s vlogen er doorheen, vooral bang dat ze te laat zouden komen voor een boutje.

The Ind. Mil. Tijdschrift account

The report in the Ind. Mil. Tijdschrift reads:

In het N.W. bastion had alweder de 5de brigade (Heynen) de zwaarste taak. Hier was de strijd het verwoedst, hier werden wonderen van dapperheid vertoond, hier was het, dat de amboineesche maréchaussée Maroekoe, die onder de eersten op de borstwering geweest en door 2 klewanghouwen zwaar verwond was, het eerst in de benteng sprong en met groote dapperheid aan het handgemeen deelnam. De luitenant Burger, ‘s mans zware verwondingen bemerkende, trok hem terug uit den strijd, doch hij rukte zich los en stortte zich opnieuw in het handgemeen. De worsteling was kort, de gevolgen verschrikkelijk — 79 lijken bleven in de versterking achter, geen enkel man ontkwam. Doch ook onzerzijds waren zware verliezen geleden, wij betreurden 2 dooden en 24 gewonden.

Wat de geit betreft, die was dik in orde, en er was geen stukje dat in het verkeerde keelgat schoot, behalve dat de brigade-Heynen er niets van kreeg.

New Year’s Eve at kampong Lampéhan

De colonne ging terug, met de lijken der twee maréchaussée’s, en zij vorderde heel langzaam omdat er zooveel tandoes met gewonden waren. Men bereikte kort vóór middernacht de kampong Lampéhan, en allen waren zoo uitgeput van vermoeienis dat men daar onder een paar huizen het aanbreken van den dag afwachtte, de dooden en gewonden op het beste plekje, de levenden er omheen. Eén hunner keek op z’n horloge; toen het middernacht was wenschte men elkaar een prettig Nieuwjaar, en men zat, de lijken en zwaar gewonden tusschen zich in, wat te soezen tot de dag aanbrak. Eten of drinken was er niet, en ‘s morgens was ieder in vijf minuten weer marschvaardig, hongerig als een wolf.

The burial at Peusangan

Maar men nam zorgzaam de lijken mee, en die werden netjes gedragen naar Peusangan, waar zij nabij het huis van den Tengkoe werden begraven, en de boodschap werd achtergelaten dat de Kompeuni er van tijd tot tijd naar zou laten kijken, of ze wel behoorlijk in orde werden gehouden. Dan herinnert men zich nog een poos die graven, en er komen andere menschen, zonder kennis van het verleden, zoodat na een jaar niemand er meer iets van weet. Dan kan het zijn dat later iemand als ter bedevaart naar die graven van oude kameraden gaat, en hij vindt ze niet meer. Hij herinnert zich dat het hier moet zijn geweest, vlak bij den dikken boom, of achter die steenen, en dan heeft de Natuur het décor volkomen gewijzigd.

Significance

Zoo liggen ze overal gezaaid: onze menschen in den bodem van Atjeh; soms versjoude men de reeds begraven lijken om ze een beter plekje te geven, veiliger voor het wild gedierte. The vermeestering of Koeta Blang Djeurat on 31 December 1901 — a New Year’s Eve of lijken en zwaar gewonden under a kampong house at Lampéhan — was one of the benteng-stormings of the Bateë Iliq-year, the year of the massale verzetcentra on the Noord- en Oostkust. Hier werden wonderen van dapperheid vertoond.

See Also

Source

Atjeh, door H.C. Zentgraff. Gedrukt bij Drukkerij “De Unie”, 1938, Batavia. OCR-filename: 20260709_002148_DLP-81-Atjeh_OCR.txt.